balk
volgende »
04-05-08

4 en 5 mei 2008

© Monique Greveling 4 mei -


Mensen lopen weer op straat met een vrolijk gezicht. Het is eindelijk lente. Vandaag in de zon gezeten en, geïnspireerd door het mooie weer, alvast een imaginair voorschot op de vakantie genomen. Het wordt Kroatië dit jaar. Ik ben benieuwd hoe ik dit deel van het voormalig Joegoslavië zal terugvinden. In 1989 ben ik er ook geweest, drie jaar voor de oorlog. En nu lijkt me die oorlog lang genoeg voorbij. Het land zal inmiddels wel tot rust gekomen zijn, denk ik zo. En al bladerend door de nieuw aangeschafte reisgids uit 2006 blijkt dat ook waar te zijn. Er is slechts één klein minpuntje: in bepaalde gebieden, waar de strijdende partijen met hun frontlinies tegenover elkaar stonden, kun je op een mijn lopen. Dat overkwam een Nederlandse toerist nog pas een paar jaar geleden en dat kostte hem beide benen. En in de buitenwijken van Split, met dat prachtige oude bezienswaardige centrum, zie je ook nog kogelgaten in de muren van de flatgebouwen. Niet alleen in Split overigens. Het wordt afgeraden om gebaande paden te verlaten, en verlaten gebouwen kun je beter niet betreden. Boobytraps, denk ik dan. Een even groot zo niet groter probleem dan de oorlog zelf zijn de restanten van die oorlog. Als het grote, publieke geweld voorbij is, gaat het kleinschalig geweld en leed gewoon door.

Wat wil ik zien, wat meemaken in mijn vakantie? Voor schrijnende armoede heb ik tot nu toe gepast. Voor mij geen India, en nog een paar landen. Ik houd erg van de natuur, de paden op en de lanen in, weg van de civilisatie. Rust, vogeltjes, mooie bloemetjes en plantjes. Zolang die natuur beheersbaar is en voor mij nog overzichtelijk ben ik dol op natuur. En ik ben voor de vrede. Bijna nog als die ouderwetse pacifist van toen ik jong en puber was; en boos op alle hypocrisie in de wereld. Zoals bijvoorbeeld ook op 4 mei. Als we op mijn middelbare school de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog moesten herdenken. Daar deed ik natuurlijk niet aan mee! Niet omdat ik geen benul had van wat er zoal gebeurd was.
Toen ik in de 4e of 5e klas van de lagere school zat, is er heel veel aandacht aan de Tweede Wereldoorlog besteed. Met een tentoonstelling in de hele school die nu met het oog op de tere kinderziel onvoorstelbaar is: met foto's van karren met dode, blote en uitgemergelde mannen en vrouwen erop; foto's van hopen brillen, schoenen, gebitten (?), van voorwerpen die gemaakt waren van mensenhuid zoals lampenkapjes. En thuis hadden we van de historicus Presser "Ondergang", deel 1 en 2, over de systematische vervolging van de Joden dat ik daarna ben gaan lezen. Later begreep ik dat het niet alleen de Joden waren, maar ook zigeuners, homoseksuelen, communisten en Jehova's Getuigen die de kampen in gingen om er vaak niet meer uit te komen. En dat er miljoenen communisten (=Russische soldatenslachtoffers) zijn gevallen. En dat er in de Verenigde Staten willekeurige Japanse Amerikanen zijn geïnterneerd, onder het mom van hun bedreiging van de staatsveiligheid.
Maar daar ging het bij het herdenken allemaal niet over. Het ging ook niet over de oorlogen die toen actueel waren. Over Vietnam bijvoorbeeld. De dodenherdenking van 4 mei ging begin jaren 70 alleen nog over de doden die geweest waren, en niet over de doden die op diezelfde dag, maar elders, door oorlogsgeweld vielen. Daar viel ik over. Doden herdenken? Prima, maar dan wel allemaal - dus ook de doden die door Nederlandse handen vielen en vallen!

Nog steeds, denk ik, lukt het niet om aan Dodenherdenking die universele betekenis te geven die zo'n dag wat mij betreft moet hebben. Ook om nieuwe generaties, die steeds verder van -een eigen- oorlog afstaan, bij de les te houden. Voor mij is het al moeilijk om de oorlog zo dichtbij als in voormalig Joegoslavië als oorlog te vatten, ondanks Srebreniça. Eén dag per jaar niet alleen "onze doden" herdenken, maar bedenken hoeveel mensen er door andere mensen wereldwijd en door alle tijden heen de dood zijn ingejaagd, en op wat voor gruwelijke manieren dat is en wordt gedaan. Inclusief het besef dat daar een oorlogsindustrie achter staat. Dat er dus veel mensen zijn die daar veel geld aan verdienen. (Hoe vertalen zij het ethisch ondernemerschap???)
En stel dat alle media op zo'n dag alleen maar over oorlog en ellende berichten: welke oorlogen er gevoerd worden en hoe lang al, en hoe, met welke wapens, en hoeveel geld daarin omgaat; en dat alle lichamelijke en psychische gevolgen daarvan ook zouden worden uitgelicht, zou dat nog iets teweeg brengen? Of keren we ons er juist en masse vanaf, zoals ik niet oog in oog met de armen van India wil staan en hoor hoe ik weiger om een roepi te geven? Zal ik straks toch naar de dodenherdenking gaan? Met mijn eigen insteek? Tegen de onderdrukking en vernietiging van mensen met een eigen identiteit? En zal ik in Kroatië de overblijfselen van die oorlog gewoon op me in laten werken, misschien alleen als munitie voor een herlevend pacifisme..? Waarschijnlijk wel.

En morgen is het 5 mei, dag dat de bevrijding wordt gevierd. Ja, de vrijheid dient gevierd, maar vooral de moed tot vrijheid!
Ik blijf onder de indruk van de tekst van Van Randwijk op het Weteringcircuit in Amsterdam: "Een volk dat voor tirannen zwicht / zal meer dan lijf en goed verliezen / dan dooft het licht..." Die tirannen zijn niet alleen vreemdelingen, bezetters, maar kunnen ook klasgenoten, collega's, familieleden of wij zelf zijn. Tirannen zijn al die mensen die niet toestaan dat er afgeweken wordt van hun leer, hun waarden. Die het afwijken zwaar bestraffen. Er is ook de alledaagse tirannie van het fatsoen, die evengoed christelijk, joods, islamitisch als goddeloos kan zijn. De vrijheid tot authentiek bestaan, tot zelfontplooiing, en tot het vormen van je eigen mening, je werkelijk eigen mening, is wat mij betreft het grootste goed. En dan, in alle voorlopigheid en met bange moed, daar voor gaan staan, op 5 mei 2008.