balk

Therapie of geen therapie, dat is de vraag
En welke therapie?

Het aanbod aan therapieën en therapievormen is enorm. Er is de louter gedragsmatige therapie, juist de inzichtgevende therapie of het pure lichaamswerk. Je kunt bij de reguliere, semi-reguliere of alternatieve hulpverlening terecht. Je kunt op zoek gaan naar het juiste medicijn of overgaan tot electroshocktherapie, of het juist zoeken in “awareness”. Een greep uit het aanbod: gedragstherapie, cognitieve therapie, NLP, psycho-analytische psychotherapie, lichaamsgerichte psychotherapie, Gestalt, Rogers, Transactionele analyse, Systeemtherapie , gezins- of relatietherapie, Inner voice dialogue, haptotherapie, hypnotherapie, massagetherapie, Essence, Landmark, Humaniversity, contextuele therapie, Familieopstellingen, aura reading en healing, shamanistische therapie, etcetera etcetera…


Ik sta in principe niet vijandig tegenover welke therapievorm dan ook (mits gewetensvol uitgevoerd) en beoordeel een vorm als acceptabel wanneer hij werkt. Als iets werkt vanwege een placebo-effect, vind ik dat ook goed. Niemand lijkt de volledige waarheid in pacht te hebben wat het menselijk (psychisch) functioneren betreft, laat staan als het om menselijk geluk gaat, dus: laat 1000 bloemen bloeien.

Waar ik wel van overtuigd ben, is dat niet alles bij iedereen kan werken of op willekeurig welk moment. Iedereen heeft zijn of haar eigen “weg van de laagste drempels”. Misschien is het zelfs helemaal geen therapie die iemand in eerste instantie nodig heeft, maar een “spiritueel nest”, een religie of levensbeschouwing. Of kan een creatieve cursus een begin zijn, of gaan zingen bij een koor, of vrijwilligerswerk, of naar het strand en de bossen in en lopen met je hond… Want:


Tot hoeveel inspanning ben je bereid om je leven mogelijk een andere wending te geven? Hoeveel tijd en/of geld ben je bereid eraan te spenderen? Hoeveel uur per week? Hoeveel jaren? Hoeveel euro? Hoe veel discipline kun je (leren) opbrengen? Hoeveel laat je je (ge)zeggen? Voer je opdrachten uit? Wil je werkelijk weten wie je bent? Kun je eerlijk zijn? Wil je dat echt, ook als het moeilijk wordt? En dat bij alle onzekerheid of je er echt iets mee opschiet?

De antwoorden op de vragen maken uit voor de weg die je met enige kans van slagen kunt inslaan. In therapieland wordt veel energie verspild door deze vragen niet vooraf te stellen. Kiezen om helemaal niets te doen en de dingen te laten zoals ze zijn, is ook een optie en dat kan ook rust geven.


«« terug


Even voorstellen

[12-04-18] img_0629.jpg


Ik ben Monique Greveling, afgestudeerd aan de UvA in 1989 in wijsbegeerte (cum laude). Aanvullende opleidingen: NARM-therapie (2016), Amsterdamse Theater Academie (2008) en sportmassage (2002).

In de loop der jaren heb ik mensen op verschillende manieren begeleid: als filosoof met een eigen praktijk, als cursusbegeleider en docent filosofie, als regisseur in het amateurtoneel en (spel)trainer, en, lang geleden, als assistent mental coach. Ik ontwikkel op het leven van alledag nen levensbeschouwing toegesneden filosofiecursussen, en ontwikkel programma's voor EMPATIKO, waarvan ik één van de oprichters ben.

EMPATIKO is een nieuwe, idealistische beweging die een paradigmaverandering beoogt op het gebied van menselijke verbinding: de verbinding van mensen met zichzelf, de verbinding van mensen onderling van welke komaf, levensbeschouwelijke of politieke vorming, sekse, genderoriëntatie, nationaliteit of andere bedachte indeling dan ook; en van mensen met hun eigen en de hun omringende natuur. Lees ons beknopte manifest.

Ondertussen heb ik mijn kennis van (sociale) psychologie en psychiatrie, psychotherapie en farmacotherapie, (sociale) biologie en van de laatste ontwikkelingen op het gebied van de neurowetenschappen flink uitgebreid en probeer ik die bij te houden.

In augustus 2018 stond het interview Gespecialiseerd in vragen van Karin Stroo met mij in de Amsterdam en Utrechtse editie van Z! De Straatkrant. In 2010 verscheen Op consult bij de filosoof in PLUS Magazine. Aan de essentie van mijn manier van werken is niet veel veranderd. Het gaat nog steeds in essentie over "de vraag achter de vraag".