balk

Denken in etappes: pauze

Voor meer informatie over de cursus Levenskunst - Vrijheid en verandering en de workshops over schaamte en schuld, lees >>>

-------------------------------------------------------------------


De rubriek Vraag van de maand was bedoeld voor iedereen die het leuk vond om dieper over dingen na te denken. En omdat nadenken tijd nodig heeft, ging het er hier rustig aan toe. Elke eerste vrijdag van de maand verscheen een vraag. De tweede vrijdag stelde ik o.a. vragen ter verdieping, de week daarop stonden meestal verbanden tussen antwoorden en uitgangspunten centraal. De vierde vrijdag sloot ik het zoeken af met een antwoord. Wegens andere prioriteiten stop ik voorlopig met deze rubriek. Denken ondertussen vooral rustig verder. Succes!



Wat is jezelf zijn?

Week 1 Het proeven van de vraag: omtrekkende bewegingen


(klik op het printertje hieronder voor een papieren versie)


"Je bent precies Wim."

"Maar dat leuke neusje heeft ze van mij, toch?"

"Ze lijkt het meest op haar vader."

"Ik lijk alleen op mezelf," zei de vierjarige boos.


Week 2 Hulpvragen: eerste associaties


Als je vraagt wat jezelf zijn is, wat voor soort vraag is dat dan?

Is het een wezensvraag of metafysische vraag: wil je weten wat jezelf zijn ‘naar zijn wezen genomen' is? Wil je weten wat er de essentie van is, ongeacht om wiens zelf het gaat? Gaat het je om ‘de wat-heid' van het fenomeen, om het wat-het-is? En vraag je dan misschien naar de oorzaken ervan, naar hoe het ontstaat? Wil je weten hoe het zelf zich verhoudt tot het niet-zelf? Of waartoe het is? En of het werkelijk is en wat dan de aard van die werkelijkheid ervan is?

Moet het zelf zijn, omdat er anders een tol betaald wordt (en welke dan)? Kan het zelf ook niet zijn?

Is het meer een pragmatische vraag: wil je weten hoe het begrip gebruikt wordt, door jezelf en door anderen; misschien ook of het in andere talen bestaat? Kennen alle talen dit begrip ‘jezelf zijn'? Wat zou het uitmaken als je het niet in alle talen kunt hebben over 'jezelf zijn'?

Zoek je naar een bruikbare betekenis van jezelf zijn? Zoek je naar een betekenis waar je iets aan hebt? En hoeft de vraag niet een antwoord voor de eeuwigheid op te leveren?


Het kan ook een levensvraag zijn: twijfel je eraan of je wel jezelf bent, en is de vraag het gevolg van een vaag onbehagen dat je met niets anders in verband kunt brengen dan met jezelf en hoe je leeft of je gedraagt, of denkt? Wil je misschien weten hoe jíj in het bijzonder jezelf bent? Om je te ontplooien of je te helpen bij het maken van keuzes in je leven? En gaat het er dan om: hoe druk je jezelf uit, hoe geef je vorm aan jezelf? Of begint het nog eerder: hoe dénk je als jezelf, voel je als jezelf? Heeft het met integriteit te maken?


Wil je misschien een onderzoek doen naar echt jezelf zijn tegenover schijnbaar jezelf zijn? Denk je dat er een soort ‘vals zelf' kan zijn? Heeft het begrip van jezelf zijn iets met ‘je eigen identiteit hebben' te maken? Dan is het een sociaal-psychologische vraag. In welke mate, denk je, ontwikkel je een identiteit of wordt je met een identiteit geboren: met een geslachtsidentiteit, een etnische identiteit, klasse-identiteit, levensbeschouwelijke identiteit, etc.? Hoeveel invloed kun je uitoefenen op wie je bent, op wat je bent? Is het belangrijk om daar invloed op uit te kunnen oefenen? Waarom?


Van Bernard Ligtenberg kwam bijvoorbeeld deze bijdrage:


...bij het benoemen van unieke eigenschappen van de meeste kinderen zijn dat wel vaak de negatieve:"ik begrijp niet waarom jij die ...... je zo gedraagt/dat gedaan hebt"


Is werkelijk jezelf zijn bedreigend voor anderen?

Heeft jezelf zijn iets te maken met autonomie? Met het kunnen stellen van je eigen wetten voor je eigen leven? En maakt het onderzoek naar jezelf zijn juist de dwang van anderen zichtbaar? Is het een sociaal-politieke kwestie?

Is het: vrij zijn van vreemde invloeden, van de invloeden van anderen; is het vrij zijn van de stempels van je ouders en andere opvoeders, van de verwachtingen van de maatschappij? Is het vrij zijn van remmingen, of van valse schaamte (waarom vals?)? Heeft het met ontplooiing van jouw unieke mogelijkheden te maken? Of met het feit dat je lichamelijke impulsen hebt en die wilt kunnen uiten? Of begeerten die je wilt bevredigen?


Zou ‘jezelf zijn' aanpassing aan anderen kunnen in sluiten, en is dat dan toevallig of noodzakelijk? Of staat het lijnrecht tegenover (belangen van) anderen? Hoe (im)moreel is het om jezelf te zijn? Hier begint een ethische benadering.


Kun je ‘jezelf zijn' bereiken en moet je dan ‘jezelf zijn' blijven? Is het een soort setje eigenschappen, vaardigheden, gedachten en andere patronen? Gaat het om iets dat je in meer of mindere mate kunt zijn? En kun je ‘het' bereikt hebben? Of is het meer een proces van ontwikkeling? En is het uniek voor jou, of is er een ultiem ‘jezelf zijn' dat voor iedereen hetzelfde is, waardoor ‘zelf' en ‘ander' ophouden te verschillen?


Hoe kom je er eigenlijk bij dat er zoiets is of zinvol gezegd kan worden als "jezelf zijn"?

Moet je je niet eerst afvragen of er wel zoiets bestaat als een zelf?
Is ‘jezelf zijn' een universeel geldig begrip, in de betekenis dat het voor iemands levensbeschouwing niet uitmaakt of hij of zij nu wel of niet in een zelf gelooft?


Is het begrip van het zelf :

a) een kwestie van geloof,

b) het resultaat van een logische redenering,

c) een ervaringsfeit,

d) een sociaal feit,

e) nog iets anders?


Ben je bereid het begrip ‘jezelf zijn' te laten vallen en nooit meer te gebruiken, of wil je het behouden en kunnen blijven zeggen? Waarom?


"Hij heeft echt het gezicht van z'n vader"
"Ja, maar wel de ogen van z'n moeder"
"En de broek van z'n (oudere) broer" zegt het onderwerp van discussie

Bernard Ligtenberg


Zomerstop De draad wordt op de 3e maandag van juli weer opgenomen


Voor de tussentijd om bij stil te staan,

welke betekenissen hebben de volgende begrippen:


zelfontplooiing
zelfverraad
zelfopoffering
zelfkritiek
zelfmedelijden
zelfkastijding
zelfbeeld
zelfbewustzijn
zelfvertrouwen
zelfrespect
zelfmoord
zelfbevrediging
zelfgemaakt
jezelf voor de gek houden

en
jezelf niet serieus nemen


"Ken u zelve"

zei het orakel te Delphi ooit


Week 3 Verbanden leggen en beklemtonen


1 a - Sommigen zeggen dat je altijd jezelf bent...
...omdat het gewoon niet mogelijk is om niet jezelf te zijn. Jij bent toch dat lichaam, je eigen lichaam, en niet dat van een ander?! En jij doet toch wat je doet? Dat doet toch niemand anders?
Het zelf is in deze visie een natuurlijk gegeven: het zelf is een lichaam dat denkt, voelt en handelt en het wordt gedacht als één geheel. Bij alle verandering en ontwikkeling door de tijd heen ben je en blijf je jezelf. Hoe je verandert, waardoor je verscheurd wordt of waar je juist wel bij vaart, dat allemaal hoort bij jou. Het zelf is concreet, het is wat jij bent en doet, niet wat je zou kunnen zijn. Het zelf is geen potentie maar actualiteit.


Als jij in deze optiek zegt "Toen ik je sloeg, was ik even helemaal niet mezelf", dan wordt dat beschouwd als fictie, als louter idee. De klap is gegeven en feit is dat JIJ ‘m gaf. Blijkbaar heb je dat tot nu toe niet vaak of nooit gedaan. In ieder geval vind je dat iemand slaan niet bij jou past.

De wet biedt een uitweg: iemand kan ontoerekeningsvatbaar verklaard worden. Hij, of zij, was niet niet-zichzelf, maar in een bijzondere geestesgesteldheid waardoor hij of zij niet -strafrechtelijk- verantwoordelijk gesteld kan worden voor zijn of haar daden. De man of vrouw verdient therapie, geen straf.


De Franse wet kende tot voor kort nog een ontsnapping via de "crime passionel", de moord uit hartstocht bijvoorbeeld. Ook in die visie is de moordenaar weldegelijk zichzelf, zij het in een bijzondere gemoedstoestand. Want ieder weldenkend mens begrijpt toch, dat als je je vrouw in de armen van haar minnaar aantreft, je naar het eerste het beste wapen grijpt en de onverlaten daarmee te lijf gaat? Zoiets zal de gedachte erachter zijn. In liefde en oorlog is alles geoorloofd. Verzachtende omstandigheden.


Wat in deze visie dus naar voren komt, is de opvatting van "zelf" als iets procesmatigs, van iets dat altijd het geval is. Als iemand zich nu van zichzelf bewust is, dan is deze reflectie wederom een wijze van zijn van dat zelf! Het zelf is het geheel. En het ‘zichzelf' dan waar diegene zich van bewust is? Dat is dus fictie, een construct: een creatie van het voorwerpelijke denken van een bewustzijn... Het zelf kan zichzelf niet denken.
In deze visie is het zelf, omdat iedereen altijd zichzelf is, niet automatisch iets dat ‘goed' of ‘fout' is.


1 b - Sommigen zeggen dat er geen zelf is, alleen onontkoombare vrijheid...
...tot het vormgeven van het eigen leven en de maatschappij. Sartre bijvoorbeeld (Frans filosoof, schrijver van romans en theaterstukken, 1905-1980).
Er is volgens hem niet eerst een essentie en dan pas een existentie. Het zit omgekeerd in elkaar: eerst is er het zijn, het open bestaan, dan vullen wij dat met ons handelen in, geven ons leven daardoor vorm en inhoud, en zijn zo wat we worden. Zonder enig excuus, zonder iets om ons op ter verontschuldiging op te beroepen, om te verklaren en te rechtvaardigen dat we zijn zoals we zijn, doen zoals we doen. Wij maken onszelf en de zingevende orde waarin we bestaan.


Volgens Sartre is het daarom onze morele plicht om bij vol bewustzijn van onze vrijheid te handelen. Wie zich aan dit geëngageerde handelen, aan deze totale verantwoordelijkheid voor het eigen leven en dat van anderen onttrekt, handelt "te kwader trouw". Al mijn handelen heeft gevolgen, ook maatschappelijke gevolgen. Ik kan niet niet-handelen. Elk handelen is, omdat het vrij is, moreel handelen. Ik kan niet niet-vrij zijn, zelfs niet in gevangenschap. Mijn bestaan is een vrije, bewust-rationale aangelegenheid...


Voor wie Engels leest en meer wil weten over dit existentialisme is er op internet een vertaling van het betrekkelijk goed leesbare 'L'Existentialisme est une humanisme', een lezing van Sartre uit 1946, beschikbaar.


2 - Sommigen zeggen dat er niets mooier is dan jezelf te worden...
...en gaan ervan uit dat iedereen een essentie, een zelf heeft. Een coachingbureau adverteert op dit moment met de slogan.
Wat betekent dit? Het betekent dat je niet jezelf kunt zijn, en ook niet in staat bent om jezelf te zijn, maar dat je aan de slag kunt met het te gaan worden, dat zelf. En anderen kunnen je daar blijkbaar mee helpen. Niet het maatschappelijk engagement, het streven naar een betere wereld is primair, maar IK..


Is er een eindpunt? Ben je dan ooit jezelf? In de ene variant van deze visie niet, want daarin houdt het leven überhaupt noodzakelijk ontwikkeling en verandering in, en jij verandert daardoor mee. Maar je kunt wel in het proces van jezelf worden, in die stroom, blijven zitten. In een andere variant is er wel een eindpunt: er is een eindfase wanneer je de gebeurtenissen in het leven als ‘jezelf' tegemoet kunt treden. Het zelf is een eigenheid die niet noodzakelijk en onvermijdelijk tot uitdrukking komt, en/of tot ontwikkeling.


Jezelf zijn is in beide varianten een ideaal, iets wenselijks. Het zelf is een potentie, mogelijkheid. In de vorige visie zou je nog steeds jezelf zijn, of juist misschien wel, wanneer je je talenten niet ontplooit, je je als een lulletje rozenwater gedraagt of een fantastisch musicus bent die helaas geen normaal gesprek kan voeren. In deze visie is dat niet automatisch zo, en misschien zelfs wel nooit het geval. Misschien kan iemand in deze visie wel zeggen dat hij of zij gewoon zo wil zijn als het geval is, maar wordt dat juist begrepen als gebrek aan (zelf)inzicht. Want er is nog zoveel meer en beter.


Maar als jezelf worden zo mooi is, dan lijk je dit niet te moeten associeren met het ontwikkelen van je mogelijkheden om topcrimineel te worden, met het ontwikkelen van je creativiteit op het gebied van marteling, het manipuleren van je omgeving enzo meer... Het zelf, het ware zelf is een goed in de zin van begerenswaardig, maar juist ook omdat het een moreel goed is. Dat betekent, dat het kwade in jezelf, je slechte neigingen, niet van jezelf zou zijn, maar vreemd aan jezelf. Door anderen daar geplant, of in reactie op omstandigheden in de kindertijd ontwikkeld. Je ware zelf is het in ieder geval niet.
In deze visie is de mens van nature goed.


En de mens, jij dus, bent maakbaar: door anderen en door jezelf. Tenminste, het zou wel wreed zijn enerzijds te beweren dat jezelf worden het mooiste is wat er is, en anderzijds daar niet iedereen toe in staat te achten...
Maar dat betekent ook weer: wie zichzelf laat bestaan zoals hij of zij eenmaal geworden is, draagt daar dan dus wel de volle verantwoordelijkheid voor. Tenzij je toegang moet hebben tot bepaalde middelen om jezelf te kunnen worden (geld bijvoorbeeld om het coachingbureau of andere trainingen te betalen). Maar wie werkelijk wil, vindt wel een weg. Of niet soms?


3- Sommigen zeggen dat er niet altijd een zelf tot ontwikkeling kan komen...
...omdat er tijdens de opvoeding aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan wil zich überhaupt een zelf ontwikkelen. Hier is het zelf opgevat als ‘eigen wil' in tegenstelling tot ‘vreemde wil'. Een vreemde wil die de plaats kan innemen van de eigen wil, is de wil van de vader of moeder of andere opvoeders. Als een kind geen ruimte krijgt om zelf te willen, en daarin niet bevestigd wordt, leert het af te weten wat het voelt en daarmee wat het wil. Immers: een voortdurend gewaarworden van gefrustreerde behoeften geeft gevoelens van onbehagen. Dus kun je beter niet weten wat je zelf voelt en wilt, en je richten op wat de ander van jou wil.


Dit speelt niet alleen bij kinderen. Eén van de gevolgen van langdurige of zeer zware marteling is dat mensen het contact met hun eigen lichaamsdelen kunnen verliezen. Ze hebben die mentaal ‘afgeschroefd' om hun lijden te beperken. Ook met zeer zware therapie lukt het niet altijd om deze mensen weer een compleet lichaamsbeeld te laten krijgen.


Het gebrek aan een zelf of eigen wil is in deze visie dus het gevolg van een gebrek aan autonomie vanaf de vroegste kindertijd en dit heeft allerlei psychische verstoringen en stoornissen tot gevolg.
In deze visie is het in eerste instantie niet een morele kwestie en wenselijk dat mensen hun ‘zelf' ontwikkelen, maar is het een kwestie van geestelijke gezondheid. Het is niet altijd mogelijk om later recht te krijgen wat vroeger fout is gegaan.
De eigen verantwoordelijkheid is daarmee beperkt. Het zelf is op te vatten als resultaat van een min of meer ongeschonden gevoelsleven: wie voelt wat er in hem of haar omgaat, kan willen wat daar bij hoort, en zo ‘zichzelf' zijn. Maar dit is niet automatisch moreel juist...


X - Sommigen zeggen weer iets anders...
...maar het antwoord op de vraag "wat is jezelf zijn?" hangt af van het antwoord op de vraag "is er een zelf?". Wat-het-is komt na dat-het-is. Of niet?


Week 4 Afronding


(zie voor printversie printertje onderaan pagina)


“We zijn zó geprogrammeerd, dat we zelf niet meer weten hoe erg! Jezelf zijn?Dat is een levenslange opgave…” (zucht)

Thera


Sociale en culturele dwang

Met in het achterhoofd alle vragen die in de vorige weken genoemd zijn, is het niet meer zo eenvoudig om een simpel antwoord te geven op de vraag wat het is om jezelf te zijn. De vraag blijkt met veel thema’s samen te hangen. Dus moeten we eerst maar weer eens terug naar onze dagelijkse ervaring en onze naïeve (nog niet filosofisch doordachte) kennis. De associatie van mevrouw Van de Ven helpt op weg: zijn we zo erg geprogrammeerd..?


De vraag naar jezelf zijn komt nogal eens voort uit iemands twijfel aan de authenticiteit of waarachtigheid van zijn of haar ideeën, gevoelens en/of verlangens. “Zijn het wel de mijne??? Heb ik niet gewoon geleerd wat ik moet denken, voelen en willen? Wat is werkelijk van mij, wat is van anderen?” Deze vragen zijn niet van alle tijden, hoe bekend ze tegenwoordig ook mogen klinken.


De geschiedenis in

Pas in de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw maakte in het Westen de zogenoemde protestgeneratie een begin met de bewustwording van de sociale en culturele dwang, de dwang om op een bepaalde manier te denken en te voelen. Want hoewel we denken dat we vrij zijn in ons doen en laten, denken noch handelen we automatisch in vrijheid en volgens onze eigen wensen en verlangens.


De jaren 70 en 80 zijn de jaren van de algemenere bewustwording en werd vooral aangevoerd door de twee grote emancipatiebewegingen: de vrouwen- en homobeweging. Maar eigenlijk was het al in de 19e eeuw bij Marx en Engels begonnen.


De 19e eeuw

De omstandigheden van de arbeiders in het 19e eeuwse Engeland, waar de industriële revolutie veel eerder begon dan bij ons, zijn erbarmelijk. De fabrieken moeten in het algemeen gruwelijke oorden zijn geweest. Er is immers geen wetgeving rond arbeidsomstandigheden, werktijden, salaris etcetera. De machines zijn primitief, vies en gevaarlijk; de lonen laag en het leven is schraal. Over de ruggen van de arbeiders (vrouwen en kinderen half geld…) maken de kapitaalverstrekkers en bazen hun winsten. Individueel protest is zinloos: voor jou een ander. Alleen door collectieve actie kan er iets gaan veranderen.


Het idee van Marx en Engels (die deel uitmaakten van de veel grotere Engelse arbeidersbeweging) was dat de arbeiders niet in opstand komen en zich zo makkelijk laten uitbuiten, omdat ze zichzelf niet de juiste rechten en plichten toekennen. Over zichzelf en hun situatie denken ze namelijk precies hetzelfde als hun onderdrukkers en uitbuiters: zij zien zichzelf niet als hun gelijken en als menswaardige wezens, maar als natuurlijke dienaren, wezenlijk als slaven.


Vals bewustzijn

Eeuwenlang was het ook normaal om te geloven in een maatschappelijke orde die door God geschapen is en waar ieder zo zijn plaats in heeft: mannen hier, vrouwen en kinderen daar, de notaris hoog op de ladder, de mijnwerker daar ergens diep beneden. Het komt machthebbers goed uit wanneer iedereen denkt dat de wereld is zoals hij hoort te zijn…


De mentaliteit die de vreemde onderdrukking maakt tot zelfonderdrukking, noemden Marx en Engels “vals bewustzijn”. Het ware bewustzijn is het bewustzijn dat is toegesneden op de arbeiders zelf: op hun eigen situatie, hun eigen rechten en plichten. Van zelfontplooiing is nog niet veel sprake maar het scheelt of je te eten hebt.


Groepsidentiteiten

In de 19e eeuw begint zich geleidelijk zoiets als arbeiderstrots en arbeiderswaardigheid te ontwikkelen en dit is de voedingsbodem voor de opkomst van de vakbeweging.

Het zelfbewustzijn dat, als begrip èn als praktijk, algemener wordt, is in deze tijd nog nauwelijks geïndividualiseerd: het is het zelfbewustzijn van de groep waartoe iemand behoort. Eerder, in de romantische periode ontstond bijvoorbeeld het zelfbewustzijn van De Kunstenaar.


Niet alleen de arbeiders claimen hun rechten, vrouwen doen het ook (de eerste feministische golf, begonnen aan het eind van de 19e eeuw). Zo eist in Nederland Aletta Jacobs als eerste vrouw met succes het recht op universitair onderwijs op en wordt zij de eerste vrouwelijke Nederlandse arts. Later zet ze zich met anderen ook in voor het recht van vrouwen om te stemmen voor het parlement. Dat algemeen vrouwenkiesrecht wordt echter pas in 1919 verleend, 25 jaar na de oprichting van de Vereeniging voor vrouwenkiesrecht.

Hier komt de zelfontplooiing al meer aan de orde, namelijk waar het gaat om intellectuele ontwikkeling en politieke invloed.


Na de Tweede wereldoorlog

In 1948 wordt door de Verenigde Naties De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen. Een mijlpaal als het over zelfbewustzijn van de mens-als-mens gaat, en niet over de mens als Griek of barbaar (buitenlander), als zwart of wit, jong of oud, man of vrouw.


De jaren 50 en 60 van de 20e eeuw zijn de jaren van de jeugdcultuur. Het hoort bij de tijdgeest van toen om je als jongere af te zetten tegen je ouders en tegen hun burgerlijke normen en waarden van het huisje, boompje, beestje en als je maar een goede baan hebt, je hand niet hoeft op te houden en de buren niks kwaads van je kunnen zeggen.

Ook deze ‘zelfontplooiing’ van de jongeren is nog steeds politiek gekleurd.


Eendimensionale mens

Kern van de “generatiekloof” is het verschil in waardering voor materiële en geestelijke zaken. De nieuwe (protest)generatie verzet zich tegen de consumptiemaatschappij en tegen de “eendimensionale mens”, die slechts leeft voor het verhogen van zijn materiële welstand om meer te kunnen consumeren en zo zijn status te verhogen. In deze visie worden namelijk vooral de belangen van de industrie en handel gediend, maar niet de werkelijke belangen van mensen. Mensen geloven misschien wel dat ze er gelukkig door worden, maar dat is helemaal niet zo. (Hier komt dus het valse bewustzijn weer even om de hoek kijken.)


Het gaat er om de wereld te verbeteren: om te werken aan een wereld zonder oorlog en geweld (Vietnam), zonder onderdrukking wegens huidskleur (apartheid in Zuid-Afrika), zonder honger (ramp in Bangladesh). Het gaat om een eerlijke verdeling van geld en goed. Niet welstand is belangrijk, maar veiligheid, vrijheid en geluk – voor iedereen! Jouw belang is mijn belang, en solidariteit ons motto…


Zelfontplooiing

In de jaren 70 en 80 klinkt steeds luider dat iedereen zich moet kunnen ontplooien naar zijn eigen aard, d.w.z.: we moeten vrij zijn van de onderdrukking door normen en waarden die de zelfontplooiing in de weg staan. De tweede feministische golf en de homo-emancipatiebeweging zijn hier goede voorbeelden van.


Vrouwen wilden zich vrij maken van het keurslijf dat hen in hun vrouwelijkheid gevangen hield. Ideeën die leefden waren bijvoorbeeld: een echte vrouw vindt haar uiterlijk belangrijker dan haar intellect; een echte vrouw vindt het fijn om moeder te zijn en geeft met liefde haar baan daarvoor op; een echte vrouw wil het de man graag naar de zin maken want dienstbaarheid is haar aangeboren, etcetera. En natuurlijk hoefden meisjes niet te leren, want de man was de natuurlijke kostwinner.


Wilde je anders, dan was je geen echte vrouw, en dus niet begerenswaardig voor mannen. Mijn moeder kreeg nog tot in de jaren 60 te horen: “Je moet niet zoveel lezen! Daar houden mannen niet van…”


Zolang je denkt en gelooft dat homoseksualiteit een psychische stoornis is of iets slechts, tegennatuurlijk of door God als gruwel bepaald, ben je niet vrij om te onderzoeken welke seksualiteit met wie bij jou past. Je zult geneigd zijn om elke impuls die op homoseksualiteit wijst, meteen de kop in te drukken om een conflict met je geweten te vermijden. Als de aandrang te sterk is, moet de homoseksualiteit in het geniep beleefd worden. Anders zul je erom worden veroordeeld door de groep waar je bij hoort of bij wilt horen. En dat houdt dus in dat je je in het openbaar niet als homoseksueel kunt vertonen…


De normen en waarden die homoseksualiteit veroordelen worden in de jaren 60 en 70, zowel door de humanisten als gelovigen, meer en meer ter discussie gesteld en in de jaren negentig heeft dat geleid tot de mogelijkheid van het homohuwelijk.


Individualiteit

Door beide emancipatiebewegingen werd duidelijk dat wat mensen willen en kunnen minder voorspelbaar is, en veel minder vastligt dan eeuwenlang gedacht. Er ontstaat een algemeen besef van noodzakelijke individualiteit. Dit wordt ondersteund door de progressieve stromingen binnen de psychologie, die welbevinden en de inrichting van de samenleving en wat daarin mogelijk is met ekaar in verband brengen. Het geluk blijkt een sociale en dus ook politieke aangelegenheid. Een gevleugelde kreet van toen was dan ook, dat het persoonlijke politiek was.


Het unieke zelf

In de jaren 80 en 90 lijkt de individualisering van de zelfontplooiing maximaal te worden. Dan gaat het erom dat JIJ WORDT WIE JE BENT – want JIJ BENT VOLKOMEN UNIEK.

Het ontplooien, het uitvouwen en ontwikkelen van deze uniciteit is wat in de meer spiritueel georiënteerde kringen “jezelf worden/zijn” genoemd wordt.


Dit ‘jezelf zijn’ lijkt werkelijk een vrij-zijn-tot(-wat dan ook) in te houden zolang het niet het negatief is van iets, zoals bij: ‘niet als je ouders zijn’ of ‘niet als een macho-man / vrouwelijke vrouw zijn’ of ‘niet als een kapitalist zijn’. Je mag dat allemaal zijn, tegenwoordig.


Maar, zoals vorige week al gezegd, bij dat ontplooiien van het ‘jezelf zijn’, wordt niet bepaald gedacht dat iemand zich dan wel eens tot seriemoordenaar zou kunnen ontpoppen, of tot tiran of psychopaat. Misschien was Hitler wel heel erg zichzelf, of Stalin, Mao, Pinochet, Kadaffi, Sadam Hoessein, Mladic of Karadzic of noem maar op…


Er lijkt een positief mensbeeld meegedacht te zijn met het zelf dat zich mag/moet ontplooien. Het zelf waartoe wij vrij zijn is een goed zelf, omdat de mens van nature of van Godswege goed is (geschapen naar Zijn evenbeeld bijvoorbeeld).

Het is ook een goed zelf waar de inzender van deze week aan lijkt te denken als ze verzucht: “Jezelf zijn?Dat is een levenslange opgave…”


Haar levensopgave, en die van velen met haar (waaronder ikzelf), lijkt te bestaan in het uitvlooien waartoe ze “geprogrammeerd” is: tot welk denken, voelen en handelen ze geconditioneerd is omdat dat beloond werd met aandacht, liefde, lof, of door afwezigheid van straf, teleurstelling, stilzwijgen of uitstoting door die oh zo belangrijke Ander. En telkens weer beoordelen of het gevondene past, want niet alles wat we leren hoeft natuurlijk verworpen te worden. We hebben ook leren lezen en schrijven en andere nuttige of prettige dingen die we bij leven en welzijn niet meer niet kunnen doen...


Privé of publiek

Ondertussen is in het beeld van het mooie, positieve zelf inmiddels flink de klad gekomen.

Stonden veel van de sociaal-culturele ontwikkelingen in het 20e eeuwse Westen in het teken van de twee vormen van vrijheid: het vrij zijn van vreemde dwangen en het vrij zijn tot jezelf, en dit dan niet alleen binnen de vier muren van je huis maar ook “en plein public”, nu, aan het begin van de 21e eeuw, klinkt de roep tot zelfbeperking steeds luider. Want bij de zelfontplooiing hoort geen beperking van buitenaf, zo lijkt het. Immers: “Ik bepaal zelf wel wat mag of niet!” Of: “Jij zouw mening, ik de mijne…”, en het gesprek kan beëindigd worden.


Van het ene extreem, namelijk dat van de onderdrukking van het individu door een collectief en de onderschikking van het individuele belang daaraan, zijn we in het andere extreem beland: de ontkenning of verwaarlozing van de morele verantwoordelijkheid van het individu voor het collectief, de ontkenning van de noodzaak tot aanpassing wegens grotere belangen dan die van het individu alleen.

Grenzeloos en schaamteloos is onze zelfontplooiing en zelfexpressie geworden, grenzeloos en schaamteloos ook onze hebzucht – zo klinkt luid de klacht van deze tijd.


Daarmee zijn we in het normen- en waardendebat beland. Want voor een deel gaat dat debat niet over de normen en waarden in het algemeen, maar over het hernieuwd moeten doordenken van het publieke en van het privé domein.


Wat hoort bij wat? Wat moeten we maar voor ons zelf houden of binnenskamers, en wat mogen we buitenshuis of publiekelijk, via de media, uitleven?


Sociaal zijn en jezelf zijn

Idealiter (wat mij betreft) komen nu de jaren van het bepalen van zelfgewilde zelfbeperking. Van het bepalen van wat enerzijds werkelijk maatschappelijk belangrijk is en wat dus hardop gezegd of publiekelijk getoond moet kunnen worden, hoewel dat bijvoorbeeld anderzijds geen direct collectief gedeeld belang is.

Voorbeeld: het spontaan in het publieke domein uiting kunnen geven aan je liefde voor iemand door middel van een zoen of het hand in hand kunnen lopen van twee vrouwen of twee mannen, of kunstrijden op de schaats voor homoseksuele paren (zaken waar ik me vroeger allemaal sterk voor heb gemaakt en die ik niet bereid ben nu weer op te geven).


Maar ook of het echt bij onze rechten, zelfontplooiing en/of geluk hoort om ons leven door middel van medisch ingrijpen zo lang mogelijk te rekken, wanneer we maar willen (zolang we het geld hebben) overal heen te vliegen alsof het niets is, iedere dag vlees te eten, etcetera (en hier krijg ik steeds meer mijn twijfels over).


De kwaal van deze tijd zou doorgeschoten individualisme zijn. Dat lijkt me een onterecht verwijt aan het adres van het individualisme. Dat gaat er namelijk vanuit dat ELK individu zich moet kunnen ontplooien, en die positie heeft gevolgen voor ons gedrag: waar mijn ontplooiing de jouwe in de weg staat, zal ik moeten inschikken of variëren waardoor dat niet het geval is. De kwaal van deze tijd is mijns inziens doorgeschoten egoïsme, en dat is iets heel anders dan individualisme.


Natuurlijke moraal

Waar het individualisme tekort schiet, is dat misschien omdat wij onszelf in een bepaald aspect nauwelijks kennen, en aan dat aspect ook nauwelijks gehoor geven en dus kunnen ontplooien.


Ik geloof dat wij van nature flink egoïstisch zijn (en dat dat tot op zekere hoogte zeer gezond is), maar ook dat we een grote sociale aanleg hebben. En dat er daarmee tevens iets in ons is aangelegd dat je kunt betitelen als ‘natuurlijke moraal’. Een natuurlijke moraal die is meegeëvolueerd met de ontwikkeling van (in ieder geval) de zoogdieren: omdat het onder andere voor het individuele welzijn en overleven van belang is banden met anderen aan te gaan en die door “goed gedrag” te onderhouden en te bevestigen zodat je er op een later moment niet alleen voor staat.


Er zijn steeds meer aanwijzingen dat er zoiets is als natuurlijke empathie, het aangeboren vermogen tot meeleven, waarnaar we kunnen en soms moeten handelen, op straffe van zelfverloochening.

Ook het zorgen voor vreemden (niet-verwanten) lijkt niet alleen een morele maar ook een biologische aangelegenheid te zijn. Daar is inmiddels door ethologen (diergedrag-experts) als Frans de Waal uitgebreid over geschreven. Maar ook van natuurfilms is het nodige te leren: er bestaat bijvoorbeeld zoiets als adoptie van wezen door een groep olifanten. Hebben ze zo op het oog zelf niets aan...


Zo is er meer sociaal-altruïstisch handelen dat op ‘instinct’ berust, dat niet louter het gevolg lijkt van morele ideeën, van slechts rationele taalbouwsels waarmee wij mensen ons gedrag op elkaar moeten afstemmen omdat het anders één grote puinhoop wordt, een oorlog van allen tegen allen.


Het instinctieve zelf

Als wij onszelf willen zijn en met anderen in grote verbanden samenleven, moeten we onze zelfbeperking misschien eens beginnen te zoeken in onze ‘natuur’.

Zoals een gezond lichaam een natuurlijke begrenzing heeft voor de hoeveelheid eten, slaap, of sex (?) die genoeg is, zo hebben we misschien wel meer ‘natuurlijke begrenzingen’ die bij ons/zelf horen.


En verder valt er nog een heleboel over jezelf zijn te zeggen, maar ik wil het nu laten bij de invalshoek op onszelf als sociaal dier met een eigen unieke persoonlijkheid.


Om verder over na te denken.

vraagvandemaandfoto